Achtervoegsel -ing

Je leert woorden met het achtervoegsel -ing foutloos schrijven.

Zo schrijf je het

  1. Hoor je achteraan -⁠ing? Schrijf altijd i-n-g.
  2. Let op het grondwoord voor dubbele medeklinkers.
Zo is het woord gebouwd
woord of stamachtervoegselvoorvoegseltussenletter

Een voorbeeld, uitgewerkt

Voor het moeilijke raadsel vonden we samen de juiste ___. (oplossing)

  1. Neem het werkwoord: oplossen.
  2. De klank van los is kort, dus de s verdubbelt.
  3. Plak het achtervoegsel -⁠ing eraan vast.
  4. Je schrijft oplossing.
Nog meer voorbeelden

Op zondagmiddag maakten we een heerlijke ___ door het bos. (wandeling)

  1. Het grondwoord is wandel.
  2. Plak -⁠ing erachter.
  3. Je schrijft wandeling.

Voor haar verjaardag kreeg zij een geweldige ___. (verrassing)

  1. Denk aan het werkwoord verrassen: dubbel r en dubbel s.
  2. Zet -⁠ing erachter.
  3. Je schrijft verrassing.

Zelf proberen

  1. achtervoegsel -ing

    Het symfonieorkest gaf gisteravond in het concertgebouw een virtuoze en ___ van de Negende.

  2. achtervoegsel -ing

    Bij het verlaten van het vroeg de gastheer aan de ober om de gespecificeerde ___.

Oefen dit

Let op

  • Je vergeet de verdubbeling van de medeklinker, zoals oplosing met één s.

    Luister naar de klank van het grondwoord: na een korte klank verdubbelt de medeklinker voor -ing.

Tips

  • Zoek altijd eerst het werkwoord waar het woord van afstamt, dan zie je meteen de juiste stam.

Waarom het werkt

Veel zelfstandige naamwoorden worden gemaakt van een werkwoord met het achtervoegsel -ing. Je hoort altijd ing en schrijft altijd i-n-g. Let op het grondwoord: een korte klank krijgt een dubbele medeklinker.