De trappen van vergelijking

Je leert de trappen van vergelijking herkennen: stellende trap, vergrotende trap en overtreffende trap.

Zo doe je de proef

  1. Kijk hoe twee of meer dingen vergeleken worden.
  2. Een vergrotende trap eindigt op -⁠er, zoals langer.
  3. Een overtreffende trap eindigt op -⁠st of -⁠ste, zoals de langste.
  4. Onregelmatig zijn beter en best.
Zo is het woord gebouwd
woord of stamachtervoegsel

Een voorbeeld, uitgewerkt

Wijs de vergrotende trap aan: Deze toren is hoger dan de kerk.

  1. Kijk naar de vergelijking tussen toren en kerk.
  2. Zoek het woord dat op -⁠er eindigt.
  3. De vergrotende trap is hoger.
Nog meer voorbeelden

Wijs de overtreffende trap aan: Liam rende het snelst van iedereen.

  1. Liam wordt met iedereen vergeleken, niet met één ander.
  2. Zoek het woord met -⁠st aan het eind.
  3. De overtreffende trap is snelst.

Wijs de vergrotende trap aan: Mijn hond is trouwer dan jouw kat.

  1. Vergelijk hond en kat op trouw.
  2. Zoek de vorm met -⁠er.
  3. De vergrotende trap is trouwer.

Zelf proberen

  1. Onderstreep de vergrotende of overtreffende trap.

    Dit is het in onze tuin.

  2. Onderstreep de vergrotende of overtreffende trap.

    Mijn is dan mijn lieve .

Oefen dit

Let op

  • Je vergeet dat sommige woorden onregelmatig zijn, zoals goed en veel.

    Leer de vaste rijtjes uit je hoofd: goed - beter - best, en veel - meer - meest.

Tips

  • Hoor je -er, dan is het vergrotend. Hoor je -st, dan is het overtreffend.

Waarom het werkt

Met de trappen van vergelijking druk je een verschil in maat of hoeveelheid uit. De stellende trap is het gewone woord (groot). De vergrotende trap krijgt -er (groter). De overtreffende trap krijgt -st (grootst).