Meervoud met trema: -ieën of -eeën

Je leert meervoud met een trema schrijven op -ieën, -iën en -eeën.

Zo schrijf je het

  1. Klemtoon op de ie geeft -⁠eën (knie → knieën).
  2. Klemtoon vóór de ie geeft -⁠iën (bacterie → bacteriën).
  3. Woorden op -⁠ee krijgen -⁠ën (idee → ideeën).
Botsen de klinkers?

Twee klinkers botsen: in één woord een trema, tussen twee woorden een streepje.

Een voorbeeld, uitgewerkt

Na de val had het kind schrammen op beide ___. (knieën)

  1. Het enkelvoud is knie.
  2. De klemtoon valt op de ie: kníé.
  3. Dan schrijf je -⁠ën achter knie, met het trema op de e van -⁠en.
  4. Je schrijft knieën.
Nog meer voorbeelden

Onder de microscoop bekeek de bioloog duizenden kleine ___. (bacteriën)

  1. Het enkelvoud is bacterie.
  2. De klemtoon ligt op ter: bactérie.
  3. Dan schrijf je -⁠ën op de e: bacteriën.

Tijdens de brainstormsessie bedachten we talloze creatieve ___. (ideeën)

  1. Het enkelvoud is idee (eindigt op ee).
  2. Plak er -⁠ën achter met een trema: ideeën.

Zelf proberen

  1. meervoud met trema op -ieën

    In de havenstad vestigden zich in de vorige zware metaalbedrijven, chemische en grootschalige ___.

  2. meervoud met trema op -ieën

    In de zeventiende en stichtten Europese mogendheden overzeese handelsnederzettingen en overzeese ___.

Oefen dit

Let op

  • Je schrijft -iën waar -eën moet, zoals kniën in plaats van knieën.

    Luister naar de klemtoon: klemtoon op ie krijgt -eën, klemtoon ervoor krijgt -iën.

Tips

  • Zeg het enkelvoud hardop en overdrijf de klemtoon: kníé krijgt -eën, kolónie krijgt -iën.

Waarom het werkt

Bij meervouden op -ie bepaalt de klemtoon hoe je het schrijft. Ligt de klemtoon op de ie, dan schrijf je -eën, met het trema op de e van -en (knieën). Ligt de klemtoon ervoor, dan schrijf je -iën (bacteriën). Woorden op -ee krijgen -ën (ideeën).