Samenstellingen met tussen-s

Je leert wanneer er een tussen-s in een samenstelling komt, zoals in stationsplein.

Zo schrijf je het

  1. Zeg de twee woorden achter elkaar hardop: stationsplein.
  2. Hoor je ertussen een s die bij geen van beide woorden hoort? Schrijf hem dan op.
  3. Hoor je geen s? Dan staat hij er ook niet.
Twee woorden worden één woord
tussenletter

Een voorbeeld, uitgewerkt

De bus stopt op het ___. (station + plein)

  1. Zeg de twee woorden achter elkaar: station en plein.
  2. Luister of er een s tussen klinkt.
  3. Je hoort een s, dus schrijf je hem op: stationsplein.
Nog meer voorbeelden

Oma woont in de ___. (dorp + straat)

  1. Zeg de twee woorden achter elkaar.
  2. Je hoort een s ertussen, en straat begint zelf ook met een s.
  3. Schrijf ze allebei: dorpsstraat.

Het is zo mooi bij de ___. (zon + ondergang)

  1. Zeg de twee woorden achter elkaar.
  2. Je hoort een s ertussen.
  3. Schrijf hem op: zonsondergang.

Zelf proberen

  1. samenstelling: schip + werf

    In de droogdokken van de bouwden de vaklui op de ___.

  2. samenstelling: oorlog + zuchtig

    De woeste generaal uit de geschiedenisles stond als meedogenloos en erg ___.

Oefen dit

Let op

  • Je schrijft maar één s als het tweede woord ook met een s begint, zoals dorpstraat.

    Schrijf eerst het eerste woord met de tussen-s, en dan het tweede woord helemaal: dorps + straat.

Tips

  • Hoor je de s niet? Dan staat hij er ook niet.

Uitzonderingen

  • Eindigt het eerste woord al op een s, zoals huis, dan komt er geen extra s bij: huisdeur.

Waarom het werkt

Een tussen-s hoor je wél als je de twee woorden achter elkaar zegt. Hoor je hem, dan schrijf je hem. Hoor je hem niet, dan staat hij er ook niet.