Rekenrek tot 10
Je leert kralen op een rekenrek tellen door de vaste groep van 5 rode kralen te gebruiken.
Zo reken je het uit
- Elke stang heeft 5 rode en 5 witte kralen.
- Kijk eerst hoeveel rode kralen er naar links geschoven zijn, en tel dan de witte erbij.
Een voorbeeld, uitgewerkt
Hoeveel kralen zie je? (7)
- Zie de 5 rode kralen: die zijn vol en tellen als 5.
- Tel de witte kralen: er zijn er 2.
- Tel ze erbij: 5 + 2 = 7.
- Er staan 7 kralen.
Nog meer voorbeelden
Hoeveel kralen zie je? (4)
- Kijk naar de rode kralen.
- Er zijn minder dan 5, dus er zijn geen witte kralen.
- Tel de rode: 4.
- Er staan 4 kralen.
Hoeveel kralen zie je? (9)
- Zie de 5 rode kralen: die tellen als 5.
- Tel de witte kralen: er zijn er 4.
- Tel ze erbij: 5 + 4 = 9.
- Er staan 9 kralen.
Zelf proberen
Hoeveel kralen zie je op het rekenrek?
Hoeveel kralen zie je op het rekenrek?
Let op
Je telt alle kralen één voor één, en raakt de tel kwijt.
Begin bij de 5 rode kralen: die ken je al. Tel alleen de kralen erna door.
Je vergeet de rode kralen mee te tellen en noemt alleen de witte: bij 7 kralen zeg je 2.
De rode kralen horen er altijd bij. Zijn er witte, dan zijn de 5 rode al vol.
Tips
- Zie je 5 rode en nog witte kralen? Dan weet je meteen: 5 en nog een paar.
Waarom het werkt
Op elke stang zitten 5 rode en 5 witte kralen. Wie dat weet, hoeft niet kraal voor kraal te tellen: 5 rode zie je in één keer. Zo bouw je de structuur van 5 en 10 op, en dat is de basis van rekenen tot 20.