De klok lezen: heel, half en kwart
Je leert op een klok met wijzers hele uren, halve uren en kwartieren lezen.
Zo reken je het uit
- Kijk eerst naar de kleine wijzer: dat is het uur.
- Kijk dan naar de grote wijzer.
- Staat hij op de 12, dan is het een heel uur.
- Staat hij op de 6, dan is het half en zeg je het uur dat eraan komt.
- Staat hij op de 3, dan is het kwart over.
- Staat hij op de 9, dan is het kwart voor het volgende uur.
Een voorbeeld, uitgewerkt
Hoe laat is het?
- Kijk naar de kleine wijzer: die staat op de 3.
- Kijk naar de grote wijzer: die staat op de 12, dus een heel uur.
- Het is drie uur, 3:00.
Nog meer voorbeelden
Hoe laat is het?
- Kijk naar de kleine wijzer: die staat tussen de 7 en de 8.
- Kijk naar de grote wijzer: die staat op de 6, dus het is half.
- Zeg het volgende uur: half acht, 7:30.
Hoe laat is het?
- Kijk welk uur de kleine wijzer net voorbij is: de 8.
- De grote wijzer staat op de 3: kwart over.
- Het is kwart over acht, 8:15.
Hoe laat is het?
- Kijk welk uur de kleine wijzer net voorbij is: de 2, en hij staat bijna op de 3.
- De grote wijzer staat op de 9: kwart voor.
- Het is kwart voor drie, 2:45.
Zelf proberen
Dit oefen je het best met de echte oefening: daar klik, sleep of tik je zelf.
Oefen ditLet op
Je zegt bij half het uur dat voorbij is: 3:30 wordt half drie.
Half vier betekent: nog een half uur, dan is het vier uur. Zeg dus het volgende uur.
Je leest kwart voor met het uur dat voorbij is: 2:45 wordt kwart voor twee.
Kwart voor gaat over het uur dat eraan komt. De kleine wijzer staat er al bijna.
Tips
- Elk getal op de klok is 5 minuten: op de 3 is het 3 × 5 = 15 minuten.
- De kleine wijzer is het uur. Kijk daar altijd eerst naar.
Waarom het werkt
De kleine wijzer wijst het uur, de grote de minuten. Een uur is een heel rondje van de grote wijzer en dat kun je in vier kwarten verdelen. Op de 3 is een kwart rondje gedaan (kwart over), op de 6 een half rondje (half) en op de 9 moet er nog een kwart (kwart voor). Bij half en kwart voor zeg je het uur dat eraan komt.